Mijn vriendin Dinah zei me een paar maanden geleden dat ze een reis had besproken. Dat is bij Dinah vaak het geval, ze houdt van reizen naar het koude Noorden: Nova Zembla, Groenland. Het moet vooral ruig en koud zijn. Maar ditmaal voegde ze eraan toe dat ze erg tegen de reis opzag: de Westbank was haar doel. Waarom in vredesnaam de Westbank?
Dinah had meegelopen in Amsterdam met de grote demonstratie De Rode Lijn. Daar had ze gesproken met mensen die contacten hebben met een gemeente van Palestijnse Christenen in de Westbank. De verhalen die Dinah hoorde waren schokkend, het leven van Palestijnse Christenen is vaak meer over-leven. Dit heeft Dinah in de tien dagen Westbank inderdaad kunnen zien en horen en voelen.
Haar verblijf op de Westbank begon in Bethlehem waar al in de derde eeuw na Chr. (!) Christenen leefden. Uit die tijd zijn ook de namen van twee heiligen bekend. Zij hebben gewerkt aan het opbouwen van een Christelijke gemeente: St. Hylarion en Bisschop Porphyrius van Gaza. Heel lang hebben Palestijnse families al in de Westbank en Gaza gewoond: het land bewerkt, huizen gebouwd, hun geloof beleefd, en gebeden. Heel vaak moeten bidden, want politieke machten wisselden elkaar af in deze gebieden, ze kwamen op, heersten en werden weer verslagen door andere heersers op het wereldtoneel. En tussen al dit geweld en angst bleef de gemeente van Christus bestaan. Wat echt een wonder is!
Bethlehem en Ramallah zijn het centrum van het kerkelijk leven met de kerken en het Bethlehem Bible College waar men theologie kan studeren en graag buitenlanders ontvangt. Bezoekers zijn namelijk ook een bescherming tegen agressieve acties van de Israëlische politiek.
Hier werkt Munther Isaac, predikant van de Evangelisch Lutherse Kerk en schrijver. Het dagelijks leven is er zwaar door de beperkingen die de Israëlische politiek oplegt. Zo is er de 8 meter hoge muur die 700 kilometer lang moet worden. Het bezoeken van familie, vrienden, werk en kerk wordt moeilijk. Overal staan wachtposten die Palestijnen controleren en hen vaak heel lang laten wachten. Daardoor neemt de werkloosheid van de Palestijnen toe. Door de muur raakt het grondgebied verdeeld en grijpen Joodse kolonisten hun kans om woningen en dorpjes te bouwen. De watertoevoer voor de Palestijnse gebieden is gering en onregelmatig.
In de boeken van Munther Isaac over dit leed en onrecht lees ik onder andere het volgende:
De zin: “Een land zonder volk voor een volk zonder land” werd gebruikt om na de Tweede Wereldoorlog de staat Israël te stichten. Er is alleen nooit een land zonder volk geweest, er leefden Palestijnen en Joden.
Bij conferenties of TV-uitzendingen wordt nauwelijks gesproken over de rechten van Palestijnse Christenen. Palestijnen worden niet als een serieuze gesprekspartner gezien.
Sinds wanneer is de Bijbel een document geworden dat beslist over grondbezit, dat wordt gebruikt om politieke rechten toe te kennen aan een bepaalde bevolkingsgroep?
Munther Isaac zegt als theoloog: ‘‘De rol van de kerk is het kiezen van de kant van de onderdrukte. Als predikant kan ik niet zwijgen en toekijken maar moet ik onrechtvaardigheid aan de kaak stellen. Ik doe dit als predikant en theoloog, niet simpelweg omdat ik Palestijn ben.’’
Boeken van Munther Isaac: ‘De Andere kant van de muur’ en: ‘Christ in the rubble’.
Gerry, Parochiaan Paradijskerk
Voortaan gelijk onze nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je in via deze link.
Foto: Grieks-Orthodoxe Herdersveldkerk (Beit Sahour), bron: File:Beit-Sahour-Shepherds-Orthodox-40980.jpg – Wikimedia Commons.

