Meditatie – mei

Meimaand. Maand van gedenken, herdenken, in herinnering roepen.
Maand van melancholisch merelgezang op de dakrand.
Maand van onbestemd verlangen, van lentegroen naar zomerloof.
Maand van niet-moeders, maand van moeders, maand van Moeder Maria.

Maria, met wie ik, van reformatorischen huize, niet ben opgegroeid. Maria was ‘Roomsch’. En wat ‘Roomsch’ was, was verfoeilijk, werd mij voorgehouden. Maar die Roomsen hadden toch wel iets wat mij met afgunst vervulde. Vanuit mijn meisjeskamer zag ik over de singel een prachtige stoet lopen, op weg naar de kathedraal. Meisjes waren het, bruidjes, met witte kanten jurkjes aan, witte sokjes, zwarte lakschoentjes. (Er waren vast ook jongetjes bij maar die hadden mijn belangstelling niet).

Wat ze daar gingen doen, die bruidjes? Daar had ik geen idee van, maar jaloers dat ik was! Bozige kleine-meisjes-jaloezie. Wat wilde ik daar graag bij horen, bij zo’n feestelijke groep. Nu weet ik beter. Communicantjes waren het. En zij gingen voor het eerst doen, wat wij wekelijks mogen ervaren: deelnemen aan het Feest van de Communie.

En in deze meimaand, moedermaand, Mariamaand, voel ik grote dankbaarheid dat ik inmiddels al jarenlang ‘Roomsch’ ben. Nou ja, op z’n Oud-Katholieks dan…

Hennie, Parochiaan in de Paradijskerk

Voortaan gelijk onze nieuwsbrief ontvangen? Schrijf je in via deze link.