“De deur” van de Paradijskerk

Ze wordt wel eens ‘de deur van de kerk’ genoemd. Annemiek Speetjens van de
Rotterdamse Paradijskerk moet er om lachen als ze daar op wordt gewezen. “Ik geef
mensen graag het gevoel dat ze er gewoon mogen zijn.”

Die deur: dat vraagt even om uitleg. “Ik zit helemaal achterin de kerk op het hoekje van de bank.
We hebben glazen deuren, en in de zomer staan die ook gewoon open. Dus ik zie het altijd als
er mensen aan komen. We zitten aan een drukke weg en regelmatig kijken mensen even naar
binnen. Soms blijven ze op het trappetje staan. Maar ik nodig ze altijd uit: kom maar binnen,
zoek een plekje. Je hoeft niet de hele mis te blijven, kom gewoon even kijken, dat is ook
helemaal goed.”

Speetjens wil mensen vooral een gevoel van gastvrijheid geven. “Als bezoekers eenmaal
ontdekken hoe welkom ze zijn en dat het goed is zoals ze komen en wanneer ze komen, dan
geeft dat mensen een gastvrij gevoel. Je mag hier gewoon zijn en net zoveel en weinig doen als
je wilt. Misschien kom je terug, misschien niet: dat maakt niet uit.

Met en voor mensen
In de parochie speelt Annemiek een actieve rol. Het contact voor en met mensen is voor haar
de manier om haar geloof vorm te geven. “Bijvoorbeeld door iedere maand een maaltijd te
organiseren, de kinderkerk te leiden en heel veel gesprekken met jonge mensen.” De
maandelijkse maaltijd vormt een belangrijk ontmoetingspunt. “Er komen allerlei mensen op af,
kerkgangers en mensen van buiten. Er zijn ook vrijwilligers bij betrokken die niet echt naar de
kerk gaan, maar dan wel de maaltijd als ontmoetingspunt hebben en dat is ook goed.”

Diep vertrouwen
Ook in haar rol als vrijwilliger op de palliatieve afdeling van een verpleeghuis staat contact met
mensen centraal. “Ik doe dat vanuit mijn diepe vertrouwen. Geloof vind ik best een lastig woord,
dat is voor mij te beladen. Maar ik heb echt een diep vertrouwen.”
“Ik kom bij allerlei mensen. Er zijn natuurlijk mensen die er diep van overtuigd zijn dat er na dit
leven niets meer is, en daar ga ik niet tegen in. Maar ik probeer wel altijd te komen bij het punt
dat ze vertrouwen mogen hebben, dat ze fijne dingen hebben gedaan in hun leven en fijne
herinneringen mogen hebben. Soms hebben mensen natuurlijk wel geloof en dan benadruk ik
dat vertrouwen nog eens, en dat vind ik heel fijn.”
Bijzonder vindt Annemiek alles wat ze doet niet. “Ik denk er nooit zo over na, ik doe maar
gewoon.”

Tekst: Op 26 februari gepubliceerd op de website van de landelijke kerk
Foto: Marjolein van Panhuys