Het is onze taak om mensen bij zichzelf thuis te brengen. Dat leerde ik (Annemiek) in het begin van mijn studie en ik weet niet meer bij welk vak, pastoraat of diaconie? Ik weet het niet meer. Ik heb het altijd als leidraad geprobeerd vast te houden. En soms lukt dat vanzelf, zoals met Kerst.
Mijn vriendin kwam spontaan helpen in de keuken. Ze hielp me met het opwarmen van ongeveer 27 liter soep en met het maken van een smakelijke maaltijd voor alle medewerkers op Kerstavond. “Maar ik ga niet mee naar de kerk!”
“Dat is prima. Ik ben blij dat je er bent.” Op haar drukt nog het verleden waarin haar lieve, goedbedoelende moeder de regels van haar kerk vaak herhaalde over wat “zonde” was. Zo vaak dat kerk en pastoor in de donkere kant van het leven terecht kwamen. (“Bruce is wel oké, die neemt me zoals ik ben.”) Kleine vieringen zoals Allerzielen of het Nieuwjaars-ochtendgebed, dan is ze er. En dat is goed: je mag bij ons kiezen wat je wil, zodat jij je er thuis in kan voelen bij jezelf.
En dat zien we ook op het Kerstplein. Terwijl de Kerstnachtmis bezig was, kwamen twee vrienden aanlopen. Nieuwsgierig keken ze voor de glazen deuren naar binnen. Ik (Klaas) deed de deur open en zei dat ze ook binnen konden komen. Na ruim een kwartier stil te hebben gekeken en geluisterd, besloten ze weer naar buiten te gaan. Daar hielden een paar jongeren van de Paradijskerk het Kerstplein draaiende, en schonken voor passanten & mensen met een andere klok glühwein en chocomel in. De twee vrienden vertelden dat ze de hele dag bij Rotterdam-Centraal gewerkt hadden en nu een nachtje in een hotel sliepen omdat ze uit het Noorden kwamen. Eén van hen had het idee geopperd om op Kerstavond een kroegentocht te doen. Dit was de vierde plek, toevallig (?) ook met een ‘k’.
Een andere bezoeker kwam al video-bellend aanlopen en was op zoek naar rust, zei ze. Ze nam plaats achter in de kerk, vroeg om wat water voor medicijnen en was zichtbaar ontroerd door de muziek. Buiten op het plein kwam een dakloze man met een paar tassen aanlopen. Niet voor de Kerstnachtmis. En ook niet voor warme chocomel. ‘‘Lust ik alleen koud.’’ Een glimlach verscheen op z’n doorleefde gezicht toen hij genoot van de koude chocomel. De twee vrienden uit het Noorden spraken tot ver na afloop met mensen op het Kerstplein en één van hen zei tegen mij: ‘‘Wow, dit is echt een bijzondere kerk, waar iedereen welkom is. Zo’n kroegentocht in Rotterdam had ik nooit verwacht!’’
Annemiek & Klaas
Parochianen Paradijskerk


